isacert.com
Download deze service (PDF)

Bodemanalyse nematoden

Vrijwillig nematodenonderzoek verhoogt het rendement van uw teelt.

Nematoden in de grond kunnen aanzienlijke opbrengstderving en kwaliteitsschade veroorzaken in akkerbouwgewassen. Behoud van een gezonde bodem vraagt om een actieve en systematische aanpak. Door vrijwillige, intensieve bemonstering wordt een duidelijk en betrouwbaar beeld gevormd van de aaltjessituatie. Hierdoor kan de teler bijtijds en adequaat inspelen op de actuele situatie.

Aanvraag bemonstering
service img

Vinçotte ISACert biedt verschillende vormen van vrijwillig nematodenonderzoek aan. Dat houdt in dat bij een eventuele besmetting geen besmetverklaring wordt opgelegd en dat besmettingen niet worden doorgegeven aan de NVWA.

Methode 1 t/m 4: Aardappelmoeheid (AM)-onderzoek

Dit onderzoek geeft informatie over de besmetting met Globodera spp.*. De uitslag van het onderzoek wordt weergegeven in het totaal aantal gevonden cysten, het aantal levende cysten en het aantal levende larven en eieren.

Bemonstering:
De meest gebruikte methodes zijn:
Extensief
1 - per 1/3 ha.: 60 steken à 3-4 cc; 200 cc monster;
2 - per 1 ha.: 180 steken à 3-4 cc; 600 cc monster;
3 - per 1/3 ha: 60 steken à 10-12 cc; 500 cc monster
Intensief
4.1 - per 900 m²: 30 steken à 21cc; 600 cc monster; 7,2 liter/ha
4.4 - per 1800 m²: 60 steken à 21 cc; 1200 cc monster; 7,2 liter/ha
Bemonsteringsdiepte: 0-10 cm (toplaag bouwvoor).

Het grondmonster wordt volledig onderzocht. Het onderzoek duurt vier weken. Als er sprake is van spoed, dan is het mogelijk de uitslag te ontvangen binnen tien werkdagen. Hieraan zijn extra kosten verbonden.

Methode 6: Aardappelmoeheid (AM)-Zetmeel

(1 monster per ha)
Per hectare wordt een monster van 2400 ml genomen, waarvan een submonster van 200 cc wordt onderzocht. Bij een besmetting wordt de besmettingsgraad (aantal levende larven en eieren (lle) per 200 ml grond) vastgesteld op basis van alle aanwezige cysten. Met deze betrouwbare uitslag is het mogelijk beheersmaatregelen te nemen en welbewust een ras te kiezen met de juiste AM-resistentie en AM-tolerantie. Het onderzoek duurt vijf weken.

Methode 7: Combi-Zetmeel

(min. 2 ha; 1 monster per ha)
Om een goed beeld te krijgen van de totale aaltjessituatie op een perceel is het combi-onderzoek een aanrader. Met één onderzoek worden alle, in de landbouw voorkomende, schadelijke aaltjes vastgesteld. Het onderzoek duurt vijf weken. Bij het combi-onderzoek wordt de grond geanalyseerd op:

  • Aardappelcystenaaltjes
  • Wortelknobbelaaltjes en vrijlevende aaltjes
    (alle voorlandbouwgewassen schadelijke soorten)

Methode 8: Bietencystenonderzoek

Bij dit onderzoek wordt de grond geanalyseerd op Heterodera spp.*. De uitslag wordt weergegeven in het totaal aantal gevonden cysten, het aantal levende cysten en het aantal levende larven en eieren.

Bemonstering: per 2 ha: ca. 60 steken à 40 cc; 2400 cc monster. Bemonsteringsdiepte: 25 cm (bouwvoordiepte)

Uit het monster worden twee submonsters van 100 cc genomen. De uitslag wordt per 100 cc verstrekt. Het onderzoek duurt vijf weken. Is er sprake van spoed, dan is het mogelijk de uitslag te ontvangen na tien werkdagen.

Methode 9: Vrijlevend en wortelknobbelalen

Dit onderzoek geeft duidelijkheid over een eventuele besmetting met alle, voor de landbouw, schadelijke wortelknobbel-* en vrijlevende aaltjes*. Als een besmetting wordt vastgesteld, geeft Vinçotte ISACert, naast de veroorzaker van de besmetting, ook de zwaarte van een besmetting aan en welke schade u kunt verwachten. Op basis van deze informatie kunnen aanvullende maatregelen worden genomen. De uitslag is binnen vijf weken beschikbaar.

Bemonstering: per 2 ha: ca. 60 steken à 40 cc; 2400 cc monster. Bemonsteringsdiepte: 25 cm (bouwvoordiepte)

Uit het monster wordt een submonster van 100 cc onderzocht, waarbij standaard wordt geïncubeerd.

Methode 10: Meloidogyne spp* Intensief

Met een vrijwillig Meloidogyne Intensief onderzoek kan evenals bij een AM Intensief onderzoek in een vroegtijdig stadium een eventuele besmetting in perceel worden opgespoord en kunnen maatregelen worden genomen.

Bemonstering: per ha: ca. 60 steken à 40 cc; 2400 cc monster. Bemonsteringsdiepte: 25 cm (bouwvoordiepte)

Uit het monster wordt een submonster van 250 cc genomen en met PCR onderzocht op aanwezigheid Meloidogyne Chitwoodi, Fallax, Hapla. Uiterlijk vier weken nadat uw monster is ontvangen, worden de uitslagen verzonden.

Aanvragen onderzoek

Wilt u één van de hiervoor genoemde onderzoeken laten uitvoeren, dan kunt u heel eenvoudig percelen opgeven via de site: http://aanvragengrondbemonstering.isacert.nl

U ontvangt na het verzenden van de aanvraag per e-mail een bevestiging met bijbehorende kaart met hierop aangegeven het te bemonsteren perceel.

Voor meer informatie over de diverse onderzoeken, de mogelijkheden voor afwijkende monstergroottes, spoedafhandeling, etc. kunt u contact met ons opnemen: tel.: +31 (0)88 6252476 e-mail: analyses@isacert.nl

Praktische tips bij AM-zetmeel onderzoek:

  • Neem AM-monsters na de teelt van niet volledig G. rostochiensis en/of G. pallida resistente rassen.
  • Controleer het effect van de inzet van hoog resistente rassen op percelen met een egale besmetting door indicatiemonsters per perceel te nemen (bij AM-zetmeel min. 1 ha en bij Vrijlevend en Combi-Zetmeel min. 2 ha). Indicatiemonsters per perceel kunnen een eventuele resistentiedoorbraak vroegtijdig signaleren.
  • Maak inzichtelijk waar welk ras is geteeld en informeer de monsternemer hierover. Het is niet zinvol een AM-monster te nemen uit een perceelsgedeelte waarop twee rassen zijn geteeld.
  • Laat bij twijfel uw TBM pootgoedperceel voor de teelt vrijwillig intensief bemonsteren op Meloidogyne om verspreiding van dit aaltje op uw bedrijf te voorkomen. Ook de juiste keuze van een groenbemester speelt hierbij een belangrijke rol. Voor meer informatie over vermeerdering en schadegevoeligheid kunt u de website www.kennisakker.nl raadplegen.

Soortbepaling AM

Aanvullend op het AM-onderzoek kan een PCR soortbepaling worden aangevraagd. Hiermee wordt aangetoond of de besmetting is veroorzaakt door het aaltje G. rostochiensis of G. pallida of dat er sprake is van een mengbesmetting. Een soortbepaling is het uitgangspunt voor een juiste rassenkeuze. De bepaling en uitslagverstrekking vinden plaats per perceel (aanvraag). De uitslag is twee weken na de uitslag van het AM- onderzoek bekend. Een soortbepaling kan alleen worden uitgevoerd wanneer cysten met levende larven en eieren worden aangetroffen.

Vinçotte ISACert gebruikt voor de soortbepaling de PCR- methode, een zeer moderne en efficiënte methode. Een soortbepaling wordt gedaan aan maximaal 50 cysten.

NemaDecide

Het adviesprogramma NemaDecide kan u helpen bij het maken van een juiste bemonsterings- en bestrijdingsstrategie of raskeuze. NemaDecide simuleert de risico’s op een AM- besmetting bij de verschillende bemonsteringsintensiteiten. Daarnaast kunnen de effecten van raskeuze, bestrijdingsmaatregelen en bouwplan- verruiming worden gesimuleerd, waardoor de risico’s op een besmetverklaring in de toekomst kunnen worden ingeschat. Neem voor meer informatie over het adviesprogramma NemaDecide contact op met Vinçotte ISACert, uw teeltbegeleider van uw handelshuis of leverancier van gewasbeschermingsmiddelen.

Nematoden in de grond kunnen aanzienlijke opbrengst derving en kwaliteitsschade veroorzaken in akkerbouwgewassen. Wenst u duidelijkheid over de aaltjessituatie op uw percelen? Vinçotte ISACert kan u helpen door vrijwillige, intensieve bemonstering waarmee een duidelijk en betrouwbaar beeld gevormd wordt van de aaltjessituatie. Onderstaand een overzicht van de meest voorkomende schadelijke aaltjessoorten.

Aanvraag bemonstering